Schampavie

Avontuurlijk wandelen en fietsen in groep, een dag, een weekend of langer.

zondag 16 september 2018

Culturele wandeling voor rustige stappers (10 km) - Open monumentendag te Brussel op autoloze wegen

huisMB
huis Maurice Béjart
balletMB.jpg


ballet Maurice Béjart

De tocht start in de grote hal van Brussel Centraal om 09:50. We verzamelen bovenaan de trappen ter hoogte van het grote bord van de uurregelingen.

Het is autoloze zondag in Brussel. We bezoeken al wandelend een aantal deelnemende projecten aan de Open monumentendag te Brussel. Het kan zijn dat we ook het openbaar vervoer ( gratis op 16 september) gebruiken voor verder gelegen projecten.
Hieronder vind je al een lijst van bezienswaardigheden, waar we zeker langs gaan.

WONING MAURICE BEJART

Dit neoclassicistische gebouw ligt op een steenworp van de Grote Markt De interventie van architect Léon Govaerts, die de dubbele en driedubbele boogramen in neorenaissancestijl ontwierp, dateert van 1946.
De grote choreograaf Maurice Béjart (1927-2007) woonde bijna dertig jaar in dit huis dat vandaag een museum is en een overzicht geeft van zijn leven en werk aan de hand van programma’s, affiches, teksten, manuscripten, foto’s, videofilms en originele tekeningen.
De bezoekers kunnen er ook het indrukwekkende dakgebinte en enkele glasramen bewonderen. Ook de dansstudio van Maurice Béjart op de eerste verdieping bestaat nog steeds.

GEBOUW OCMW BRUSSEL

In het midden van de 19de eeuw gaf de firma Pohlmann-Dalk et fils, die onder andere gespecialiseerd was in het vervaardigen van "baguettes, moulures pour tentures et cadres et ornements de salons et d’églises" (lijsten en moulures voor behang en kaders en ornamenten voor salons en kerken), aan architect P.C. Boveroulle de opdracht om een gebouw van drie verdiepingen rond een binnenplein te ontwerpen, dat dienst moest doen als opslagplaats en atelier.
In 1887-1888 stelde de fabriek 46 arbeiders te werk. In 1906 werd het gebouw omgevormd tot appartementen. Het werd in 1989 door het OCMW van Brussel aangekocht en gerenoveerd. De wit bepleisterde gevel aan de straatkant, elf traveeën lang, is typerend voor de neoclassicistische stijl.

KONINKLIJKE MAATSCHAPPIJ VAN DE OMMEGANG

De Ommegang gaat terug tot de 14de eeuw en was oorspronkelijk een processie ter ere van Onze-Lieve-Vrouw van de Zavel. Vandaag is het een historische evocatie van de Blijde Intrede van Keizer Karel in Brussel in 1549. Begin juli nemen elk jaar 38 folkloristische en historische groepen deel aan het gebeuren, samen goed voor bijna 1.400 figuranten. De praalstoet defileert vanaf de Grote Zavel, waar steekspelen worden gehouden, tot aan de Grote Markt, waar het slotspektakel plaatsvindt. De maatschappij Ommegang Events staat in voor het vlot verloop van deze feestelijke dagen en beschikt over een buitengewone verzameling rekwisieten. Reuzen, vlaggen, wapens en kostuums worden zorgvuldig bewaard in ateliers waar handige naaisters maandenlang kousbroeken, jurken met splitmouwen, hoepelrokken, wambuizen en kleurrijke hoofddeksels verstellen om alles tiptop in orde te maken voor de volgende Ommegang. De maatschappij bezit ook een koets die geschonken werd door koningin Elisabeth en die recent werd gerestaureerd.

LES ATELIERS DES TANNEURS (VOORMALIG PALAIS DU VIN)

Dit uitgestrekte geheel omvat twee complexen die nauw met elkaar verweven zijn: een grootwarenhuis uit de Belle époque (Merchie-Pède) en een onderneming met industrieel karakter ingebed in het stadsweefsel (het Palais du Vin). De bouw van het Palais du Vin
door architect Fernand Symons ging in 1909 van start. De art-nouveaustijl van het gebouw komt tot uiting in de decoratie met plantaardige motieven, in de kleurrijke gevels, een combinatie van geglazuurde baksteen, smeedijzer, hard- en witsteen en in de door Géo Ponchon vervaardigde sgraffiti. Achter de vijftien traveeën lange gevel lagen de bottelarijruimtes en de hallen met tongewelven waar de wijnvaten werden opgeslagen.
Dit prachtige complex is sinds 1996 eigendom van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn dat het tussen 1998 en 2006 renoveerde, met de steun van het EFRO in het kader van de programmatie 2000-2006, van het Brussels Gewest (Monumenten en Landschappen) en van Beliris. De 8.000 m2 grote ruimte, die tot Ateliers des Tanneurs werd herdoopt, wil een centrum zijn voor economische ontwikkeling waar bedrijven zich kunnen vestigen en evenementen georganiseerd worden.
Het gebouw huisvest ook een biomarkt en een restaurant.


WONING VAN ARCHITECT PIERRE-VICTOR JAMAER


In 1874 kreeg stadsarchitect Pierre-Victor Jamaer een vergunning om zijn eigen woning te bouwen. Hij tekende een ontwerp in neo-Vlaamse renaissancestijl, hoewel hij eerder vaak in neogotische stijl werkte, zoals voor het Broodhuis en de restauratie van de Kapellekerk.
De gevel van de woning is opgebouwd uit baksteen afgewisseld met elementen in hardsteen die de compositie accentueren, zoals de gebosseerde sokkel, de opvallende oculus boven de deur en de geblokte vensteromlijstingen. Een houten erker over twee verdiepingen en gedragen door liggende leeuwen benadrukt de verticaliteit van de gevel. Op deze erker rust een loggia met balustrade onder een topgevel met een rijke houten decoratie. Ook in het interieur besteedde de architect uitermate veel zorg aan de decoratie zoals blijkt uit de
smeedijzeren leuning van de trap, het salon in Lodewijk XVI-stijl en de eetkamer in neorenaissancestijl met haar monumentale schouw. Het hele interieur ademt een unieke sfeer uit dankzij het vele stucwerk, de mozaieken, het siersmeedwerk, het gepolijst marmer en de geglazuurde keramiektegels. Het huis werd onlangs op voorbeeldige wijze gerestaureerd door een echte liefhebber.


SINT-JAN-BAPTIST TEN BEGIJNHOFKERK

In het midden van de 17de eeuw besloten de Brusselse begijnen een nieuwe kerk te laten bouwen op de funderingen van het bestaande gotische gebedshuis dat aan Sint-Jan was toegewijd De werkzaamheden begonnen in 1657.
Eerst werd het oude koor vernieuwd, daarna het schip en de barokke gevel naar het model van de vlakbij gelegen jezuëetenkerk van de Augustijnen die omstreeks 1620 door Jacques Francart was gebouwd. In het begin van de 18de eeuw,
toen het begijnhof niet minder dan 1.084 huizen telde op een oppervlakte van 7 hectare, werd de kerk met een sierlijke opengewerkte klokkentoren bekroond. Net als de voorgevel, die tot de rijkst gedecoreerde van België behoort, kreeg het interieur een zeer verzorgde afwerking. Aan de buitenkant vertolken de talrijke in- en uitzwenkingen, de superpositie van ordes, de frontons met voluten en de rijke ornamentering volop het vocabularium van de barok.
Die barokke vormentaal keert terug in de aankleding van het interieur met zijn uitkragende kroonlijsten, de met voluten geflankeerde nissen en de vele gevleugelde putti met bolle wangen in stuc. Daarbij komt nog een rijk geheel van barokmeubilair bestaande uit de altaren, de biechtstoelen en de preekstoel.